Les 5 De Bataafse stamvader

Scène 2

Terwijl Baeto met zijn hoofd op de baar van zijn vrouw ligt te slapen, verschijnt zij hem in een droom:
 

Rycheldin, Baeto, Zeghemond, Rei van nonnen, Burgherhart, Rei van joffren, Rei van sóldaten
 
RYCHELDIN
O eegae waardt, wat lust u ‘t hart
Zó zeere tót den róuw te terghen?
En wilt, met duldelóze smart,
‘t Gemoedt zó veel niet langer verghen.
Uw’ borst van alle der quellingen stoet
Opruimen doet.
 
Benevelt niet met weenen naar
Den glans manhaftigh van uw’ óghen.
Vergeefs bewaart ghy deze baar,
Men moet my zoecken in den hóghen.
Myn geest, ontslaghen van ‘t sterffelyck pack,
Leeft in gemack.
 
My zal de dóchter van den Vin,
Voor haar staatdóchter meer niet hóuwen,
Het voorhóóft van de tirannin
En zal ick echter niet aanschóuwen:
Nócht list, nócht leughen, nócht laghen myn’ eer
Bekladden meer.
Haar staat haar’ straffe vast. Ghy zult
Dit, met een ander ryck, vergeten.
Het vólck zal, ziende’ u buiten schuldt,
Eens ‘t ryck der Catten, Hessen heten;
Ter eeuwigher eere van ‘t edele bloedt,
Dat ghy opvoedt.
 
Voor u, de Goden onbelaên
Een leêghgelate pleck bewaren,
Die Maas, en Ryn, en Oçeaan
Omheinen met hunn’ fiere baren.
Aldaar een’ achtbare króne verwacht
Voor uw geslaght.
Daar zult ghy stichten vólck bequaam,
Om alle eeuwen door te duuren.
Baetauwers eerst zal zyn hunn’ naam:
Hóllanders nae, met hunn’ gebuuren:
Het welck in vreed, en in óórlogh, in al
Uytmunten zal.
 
Vaarwel. Van onzen zone jonck
En wilt uw harte nemmer scheiden.
U, en uw vólck, de hemel pronck’
Met lóf van zulcke vromigheiden,
Dat faam wydtluchtigh uw’ glori uytbrom
Al ‘t aardryck om.
En mart zó lang niet hier ter plaats,
Tót datmen u belemmert vinne.
Op schennis, en veel droevigh quaadts
Is ‘t hart uyt van uw’ vijandinne.
 
Treckt vóórt, en over de grenzen u geeft,
Die Catten heeft.
Rycheldin, Baeto, Zegemond, Rei van Nonnen,
Burgerhart, Rei van Juffrouwen, Rei van Soldaten

 
RYCHELDIN
O dierbare man, waarom laat u uw hart
zozeer door de rouw kwellen?
U moet uzelf niet langer zo tergen
met een ondraaglijk verdriet.
U moet alle kwellingen uit uw hart
bannen.
 
Bevochtig de dappere glans van uw ogen
niet met droevige tranen.
Tevergeefs bewaakt gij deze baar,
gij moet mij in het hoge1 zoeken.
Mijn geest, bevrijd van het lichaam,
leeft onbezorgd voort.
 
Men zal mij niet meer zien
als de hofdame van Penta2,
het gezicht van de tirannieke vrouw
zal ik voortaan niet meer zien,
noch list, noch leugen, noch valstrikken zullen
mijn eer nog bezoedelen3.
Haar straf staat vast. Gij zult
dit rijk, wanneer u een ander rijk krijgt, vergeten. Het volk, dat ziet dat u onschuldig
bent, zal het rijk van de ‘Catten’ over een tijdje
de ‘Hessen’ noemen ter eeuwige eer van het
edele kind dat gij opvoedt.
 
Aan u, bezorgen de Goden
een lege plek ter vrije beschikking4,
die Maas, en Rijn en Oceaan
met hun wilde golven5 omsluiten.
Daar wacht uw nageslacht
een machtige staat6.
Daar zult gij een bekwaam volk stichten,
om in alle eeuwen voort te bestaan.
Bataven zal eerst hun naam zijn,
later Hollanders, die in vrede en in oorlog,
in alles
zullen uitstijgen7,boven hun buurlanden.
 
Vaarwel. Laat van onze jonge zoon
uw hart nooit scheiden.
Laat de hemel u, en uw volk sieren8 met lof van zulke dappere daden,
Laat een gerucht uw roem over de hele aarde,
bekendmaken.
Blijf niet te lang op deze plek treuzelen,
net zolang tot men u aantreft in krachteloze toestand.
’t Hart van uw vijandin9 is uit op verderf en veel droevig onheil.
Trekt verder en begeeft u over de grenzen
van het land der Catten10.

Tekstvragen

Rycheldin zegt tegen Baeto dat hij haar niet op de baar moet zoeken, maar ‘in het hoge‘. Wat bedoelt Rycheldin met deze woorden?

Wat bedoelt Rycheldin met ‘een lege plek ter vrije beschikking‘?

Wat wordt er bedoeld met ‘uitstijgen boven hun buurlanden‘?

Notes:
1. het hoge: de hemel.
2. Penta: de stiefmoeder van Baeto.
3. bezoedelen: besmeuren, bevlekken. Hier: de eer aantasten.
4. een lege plek ter vrije beschikking: een lege plek om zelf in te richten (een grondgebied waarop een rijk gesticht zal worden).
5. wilde golven: moet hier gelezen worden als ‘overweldigende golven’
6. machtige staat: hiermee wordt de heerschappij bedoeld waarover Hes later zal gaan regeren.
7. uitstijgen: staat hier voor ‘uitblinken’
8. uw volk sieren: verfraaien, optuigen. Baeto’s dappere daden verfraaien zijn volk.
9. uw vijandin: Penta.
10. het land der Catten: Chatten, een Germaanse stam.