Les 5 De Bataafse stamvader

Toneel in de zeventiende eeuw

In 1617 werd er in de nog niet zoveel toneel gespeeld. Later in de zeventiende eeuw was het juist een heel belangrijk genre, het werd hét medium om commentaar te leveren op de samenleving.
  
De eerste schouwburg, in Amsterdam, werd in 1638 geopend. Tot die tijd waren er wel af en toe mensen die in de toneelstukken opvoerden. Alleen waren dat amateurs. Hun spel was vaak klunzig en niet professioneel.
  
Toen in het jaar 1613 zijn Gerard van Velzen schreef, een ander treurspel over een figuur uit de vaderlandse geschiedenis, stelde hij dan ook voor om nieuwe reglementen op te stellen, waardoor de uitvoeringen zouden worden gemoderniseerd en verbeterd. had gezien hoe het óók kon: er waren – buiten de – Italiaanse en Engelse beroepsgezelschappen in de Nederlanden actief. Zijn De Eglantier (De Wilde Roos) wilde er niets van horen. Er ontstond een conflict. stapte er uiteindelijk uit, samen met Coster en Bredero, andere leden van De Eglantier. Zij richtten de op. Je zou kunnen zeggen dat dat een voorloper van de schouwburg was. In het gebouw was een theater en een school, die lessen gaf in de Nederlandse taal. Daar, op de Keizersgracht in Amsterdam, werden toen s toneelstukken – en ook die van anderen – opgevoerd.
   
, Vondel, Bredero en Coster zijn de bekendste zeventiende-eeuwse toneelschrijvers. In hun tijd moesten toneelstukken voldoen aan bepaalde eisen. Er waren op het toneel en , genres die al in de vijfde eeuw voor Christus in Griekenland bestonden. waren vaak luchtig, grappig. In een of treurspel, waar Baeto een voorbeeld van is, ging het om inhoudelijk zwaardere kost. De mensen zouden via het verhaal iets moeten leren. Door het kijken naar het stuk zou het publiek zelfinzicht moeten krijgen, en inzicht in wat goed is en wat kwaad. Want in de zeventiende eeuw moesten vermaak en lering hand in hand gaan.
   
In het toneelstuk werd vaak commentaar geleverd door een . Soms was dat een ‘anoniem’ koor. In Baeto kiest ervoor om drie met name genoemde een stem te geven, die van binnenuit hun wensen, beden en commentaar geven op de gebeurtenissen.

Baeto en de politieke conflicten tijdens het Twaalfjarig Bestand
   

Meestal waren in de zeventiende eeuw de onderwerpen van een gerelateerd aan het staatsbeleid. Uit de scènes die je net hebt gelezen blijkt dat dat bij Baeto zeer zeker het geval was: nam daarin namelijk stelling in de binnenlandse conflicten die tijdens het de gemoederen in de flink beroerden. Er waren op dat moment twee belangrijke politieke twistpunten.
   
a. Er was een conflict binnen de protestantse groep. Er stonden twee partijen tegenover elkaar, de – omdat ze onder leiding stonden van professor ook arminianen genoemd – en de [ of gomaristen, onder leiding van professor . Het conflict ging over een ingewikkelde godsdienstige kwestie (de ), die we hier niet zullen bespreken. Maar het ging ook over de inrichting van de kerk. De vonden dat de kerk uiteindelijk moest worden bestuurd door de overheid, ook in kerkelijke zaken. De , die in de meerderheid waren, waren van mening dat de kerk over theologische kwesties onafhankelijk van de staat moest kunnen beslissen.
    
b. Het geschil tussen de Staten/de of en de /de of . Die strijd steekt in Nederland voortdurend de kop op; hij speelt in les 2 ook een belangrijke rol.
De Staten wilden (zoals dat ook bij de stichting van de was afgesproken), terwijl de de uiteindelijk macht bij de zouden willen leggen.
 
De twee strijdende kerkelijke groeperingen namen stelling in dit conflict. De hadden aristocratische idealen, de zagen de vorst als hun natuurlijke beschermheer.
Andere gelovigen – katholieken, joden, hugenoten, doopsgezinden – bekleedden geen overheidsfuncties en hadden dus nauwelijks stem in de conflicten.

   
    
    
    
    
 
 

Opdracht 7

Zet de twee verschillende partijen die een conflict hebben tegenover elkaar en schrijf daaronder hun standpunten. Let op: bij het laatste stukje, over Maurits, staat impliciet nóg een geschilpunt. Kies uit a. of b.:
a. Geef in je eigen woorden de mening van Hooft weer over de verschillende punten.
b. Schrijf een toespraak, die Hooft zou hebben kunnen houden voor of de aristocraten, of voor de monarchisten.

Opdracht 8

Hooft maakt gebruik van een bekend fenomeen in de literatuur: sprekende namen. In iemands naam wordt van hem een karaktereigenschap, een lichamelijk kenmerk, een politieke voorkeur, e.d. genoemd. Voorbeeld: Burgerharts hart gaat uit naar de burgers, de aristocraten.
a. Probeer de namen te duiden van Zegemond en van Penta.
b. Lees de onderstaande regels uit scène 2, uitgesproken door Rycheldin. Verklaar waarom het rijk van de Catten later Hessen zal gaan heten.

Het vólck zal, ziende’ u buiten schuldt,
Eens ‘t ryck der Catten, Hessen heten;
Ter eeuwigher eere van ‘t edele bloedt,
Dat ghy opvoedt.

De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, ook wel ‘De Verenigde Provinciën’ genoemd, was de naam van de republiek die tijdens de Tachtigjarige Oorlog met Spanje in 1588 ontstond. De republiek bestond uit het gebied wat nu ongeveer Nederland is.
Een club voor voordrachtkunstenaars en dichters. De leden werden ‘Rederijkers’ genoemd en kwamen in de ‘Rederijkerskamer’ samen. De bloei van de Rederijkers kwam in de zestiende eeuw tot stand.
(1581-1647) Pieter Corneliszn. Hooft was een Nederlandse geschiedkundige, dichter en toneelschrijver. Hooft kan gezien worden als de grondlegger voor de serieuze Nederlandse literatuur.
Serieus theaterstuk met droevig of slecht einde. Ook wel treurspel genoemd.
(1581-1647) Pieter Corneliszn. Hooft was een Nederlandse geschiedkundige, dichter en toneelschrijver. Hooft kan gezien worden als de grondlegger voor de serieuze Nederlandse literatuur.
Een club voor voordrachtkunstenaars en dichters. De leden werden ‘Rederijkers’ genoemd en kwamen in de ‘Rederijkerskamer’ samen. De bloei van de Rederijkers kwam in de zestiende eeuw tot stand.
Een club voor voordrachtkunstenaars en dichters. De leden werden ‘Rederijkers’ genoemd en kwamen in de ‘Rederijkerskamer’ samen. De bloei van de Rederijkers kwam in de zestiende eeuw tot stand.
(1581-1647) Pieter Corneliszn. Hooft was een Nederlandse geschiedkundige, dichter en toneelschrijver. Hooft kan gezien worden als de grondlegger voor de serieuze Nederlandse literatuur.
De ‘Eerste Nederduytsche Academie’ was een rederijkerskamer opgericht door Samuel Coster in Amsterdam. De instelling werd opgericht om beter toneel dan voorheen te bieden.
(1581-1647) Pieter Corneliszn. Hooft was een Nederlandse geschiedkundige, dichter en toneelschrijver. Hooft kan gezien worden als de grondlegger voor de serieuze Nederlandse literatuur.
(1581-1647) Pieter Corneliszn. Hooft was een Nederlandse geschiedkundige, dichter en toneelschrijver. Hooft kan gezien worden als de grondlegger voor de serieuze Nederlandse literatuur.
Serieus theaterstuk met droevig of slecht einde. Ook wel treurspel genoemd.
Blijspel over alledaagse dingen. Een vaak korte en luchtige vertelling met grappige situaties.
Blijspel over alledaagse dingen. Een vaak korte en luchtige vertelling met grappige situaties.
Serieus theaterstuk met droevig of slecht einde. Ook wel treurspel genoemd.
Een koor bij vroegere toneelopvoeringen, dat na ieder bedrijf het publiek toezingt. De rei geeft van binnenuit hun wensen, beden en commentaar op de gebeurtenissen.
(1581-1647) Pieter Corneliszn. Hooft was een Nederlandse geschiedkundige, dichter en toneelschrijver. Hooft kan gezien worden als de grondlegger voor de serieuze Nederlandse literatuur.
Een koor bij vroegere toneelopvoeringen, dat na ieder bedrijf het publiek toezingt. De rei geeft van binnenuit hun wensen, beden en commentaar op de gebeurtenissen.
Serieus theaterstuk met droevig of slecht einde. Ook wel treurspel genoemd.
(1581-1647) Pieter Corneliszn. Hooft was een Nederlandse geschiedkundige, dichter en toneelschrijver. Hooft kan gezien worden als de grondlegger voor de serieuze Nederlandse literatuur.
Van 1609 tot 1621. In deze periode was er een wapenstilstand tijdens de Tachtigjarige Oorlog waarin er nauwelijks door beide partijen (de Republiek en de Spanjaarden) werd gevochten.
Een republiek is een staatsvorm waarbij er geen regering door erfopvolging bestaat. De macht ligt in deze staatsvorm bij één of meer personen, die de macht van het volk (democratie), het parlement of via een staatsgreep in handen gekregen hebben.
Ook wel Arministen genoemd. Volgelingen van Arminius in de godsdienststrijd gedurende het Twaalfjarig Bestand. Tegenhangers van Gomarus. Voor de remonstranten had de mens enige invloed op zijn eeuwige bestemming (predestinatie), in tegenstelling tot de contraremonstranten.
(ca. 1559-1609) Jacobus Arminius was een Nederlandse predikant en godgeleerde tijdens het begin van de Tachtigjarige Oorlog. In zijn theologische opvattingen week hij onder andere op het punt van de predestinatie af van het kerkelijk-calvinistische belijden zoals dat was vastgelegd in de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Arminius stelde namelijk dat het doen en laten van de mens invloed had op de beslissing van God. Arminius is de grondlegger van het Arminianisme, aanvankelijk een stroming binnen de Nationaal Gereformeerde kerk die streefde naar aanpassing van de belijdenis. Zijn aanhangers worden ook wel remonstranten genoemd.
Ook wel Gomaristen genoemd. Volgelingen van Gomarus in de godsdienststrijd gedurende het Twaalfjarig Bestand. Tegenhangers van Arminius. De kern van de interpretatie van de contraremonstranten was dat het leven van een mens voorbestemd is, ook wel predestinatie genoemd.
(1563-1641) Franciscus Gomarus was de voorman van de contraremonstranten. Hij was in conflict met de remonstranten en Arminius over de predestinatie en de besluiten van God. Gomarus stelde dat Gods besluiten ‘soeverein’ zijn, dat wil zeggen dat God zijn besluiten niet laat afhangen van wat de mens doet. Zijn aanhangers worden ook wel contraremonstranten genoemd.
Goddelijke voorbestemming of uitverkiezing van de mens tot eeuwige hel of verdoemenis. Er zijn verschillende varianten op de predestinatie. De enkelvoudige predestinatie: God bepaalt wie er uitverkorene is. De dubbele predestinatie: God heeft van tevoren uitgekozen welke mensen hij zal uitkiezen en welke hij zal verwerpen.
Ook wel Arministen genoemd. Volgelingen van Arminius in de godsdienststrijd gedurende het Twaalfjarig Bestand. Tegenhangers van Gomarus. Voor de remonstranten had de mens enige invloed op zijn eeuwige bestemming (predestinatie), in tegenstelling tot de contraremonstranten.
Ook wel Gomaristen genoemd. Volgeling van Gomarus in de godsdienststrijd gedurende het Twaalfjarig Bestand. Tegenhangers van Arminius. De kern van de interpretatie van de contraremonstranten was dat het leven van een mens voorbestemd is, ook wel predestinatie genoemd.
Worden ook wel staatsgezinden genoemd. Deel van het volk dat voor een grotere macht voor de regenten en kleinere macht voor de stadhouder wensten.
Worden ook wel aristocraten genoemd. Deel van het volk dat voor een grotere macht voor de regenten en kleinere macht voor de stadhouder wensten.
Plaatsvervanger van de koning die de heerschappij namens hem uitvoert. De stadhouder is een gemachtigde vorst. Later werd de stadhouder de bestuurder van één of meerdere Nederlandse gewesten.
Zie prinsgezinden.
Worden ook monarchisten of Oranjegezinden genoemd. Deel van het volk dat sympathiseerde met het Huis van Oranje en een lid van dit huis als stadhouder wenste.
Het hoogste gezag op politiek gebied. De opperste macht.
Een republiek is een staatsvorm waarbij er geen regering door erfopvolging bestaat. De macht ligt in deze staatsvorm bij één of meer personen, die de macht van het volk (democratie), het parlement of via een staatsgreep in handen gekregen hebben.
Zie prinsgezinden.
Plaatsvervanger van de koning die de heerschappij namens hem uitvoert. De stadhouder is een gemachtigde vorst. Later werd de stadhouder de bestuurder van één of meerdere Nederlandse gewesten.
Ook wel Arministen genoemd. Volgelingen van Arminius in de godsdienststrijd gedurende het Twaalfjarig Bestand. Tegenhangers van Gomarus. Voor de remonstranten had de mens enige invloed op zijn eeuwige bestemming (predestinatie), in tegenstelling tot de contraremonstranten.
Ook wel Gomaristen genoemd. Volgelingen van Gomarus in de godsdienststrijd gedurende het Twaalfjarig Bestand. Tegenhangers van Arminius. De kern van de interpretatie van de contraremonstranten was dat het leven van een mens voorbestemd is (predestinatie).