Les 3 Natuurkinderen in Batavenland

Opdracht 5

Zoals je in het begin van deze les hebt kunnen lezen vonden opvoeders het heel belangrijk dat lezers zich met goede voorbeelden konden identificeren. Van Lennep heeft geen verhaal, maar een leerboek geschreven. Toch dienen bij hem de Batavieren ook duidelijk als voorbeelden voor de lezende kinderen – al zijn deze in godsdienstig opzicht al verder dan hun voorouders.
 
Onderzoek in de tekst van Van Lennep welke strategieën hij hanteert om te bereiken dat de kinderen de Batavieren als hun voorbeeld kunnen en willen zien? Welke eigenschappen zouden ze zich eigen willen maken, hoe zouden ze willen zijn? Hoe zorgt Van Lennep ervoor dat zijn tekst dat effect heeft? Let niet alleen op de inhoud, maar ook op de literaire strategieën die hij inzet, de manier waarop hij schrijft. (Zie ook de terzijde: De verteller vertelt).

Opdracht 6

In Verax komt een beschrijving voor van Claudius Civilis, de leider van de Bataafse opstand.Lees het onderstaande fragment en verklaar waarom hij op deze manier wordt beschreven.

[…] Toen zette hij, alsof hij zich reeds dadelijk thuis gevoelde, zijn schild en speer in een hoek en wierp en langen rooden mantal af, die hem tegen de ruwe hagelbuien had beschermd. Nu kon men hem eerst goed in het gelaat zien.
Welk een verschijning! Lange blonde haren golfden over zijn schouders en zijn rug, als waren het de mannen [sic!] van een leeuw. Een forsche snor en een zware baard bedekten het gelaat. Onder zijn borstelige wenkbrauwen fonkelde slechts één oog. De linker-oogkas was ledig en vertoonde alleen de ingevallen leden. Geen wonder, dat de meisjes den spinklos in den schoot lieten rusten en den binnenkomende angstig aanstaarden […].
Verax herademde; hij zag terstond, dat hij geen Romein, maar een echten zoon van Germanië voor had.
 
Uit: E.J. Blekkink, Verax, de jonge Bataaf (1905), p. 35.

Opdracht 7

In de negentiende-eeuwse rassenleer was het begrip ‘recapitulatie’ fundamenteel. Dit hield in dat ieder mens individueel de fases van de mensheidsontwikkeling door moest maken. Omdat primitieve rassen werden beschouwd als minder ver ontwikkeld, konden ze volgens die theorie met kinderen worden vergeleken. Zoek in de onderstaande tekstfragmenten voorbeelden hiervan.

 
Fragment 1

Beide mannen waren nog wel op hun Germaansch gekleed, doch hun geheele uiterlijk was niet meer zo ruw. Men kon zien, dat de omgang met de Romeinen hen beschaafd had1.
 
Uit: P. Louwerse, Alfer en Wala (1898), p. 75.

Fragment 2

Hij brengt hun onder het oog, dat niet alleen de Romeinen aan de Batavieren dank zijn verschuldigd voor hunne hulp in den strijd, doch dat de Batavieren wederkeerig aan den vreemdeling ook veel te danken hebben. Hij wijst op het aanleggen van wegen en dijken; op het graven van grachten en kanalen, waardoor de gemakkelijke afwatering2 der rivieren is bevorderd en het land niet meer zoo veel als vroeger van overstroomingen heeft te lijden; op de gemakkelijker en doelmatiger inrichting der woningen; op den vooruitgang van den akkerbouw. Al deze zaken hebben de Batavieren van de Romeinen geleerd.
 
Uit: A.L. Van Rije en E.C. Houbolt, Odo, de Batavenknaap (1901), p. 62.

Fragment 3

“t Is waar,” sprak Civilis tot hem, “dat de Romeinen veel doen voor de ontwikkeling van het Bataafsche volk, dat ’t graven van kanalen en ’t aanleggen van heirbanen3 het onderling verkeer bevordert, ’t valt niet te ontkennen, dat zij door ’t leggen van dijken het land beter geschikt maken voor de akkerbouw, ’t is niet te loochenen, dat ’t verblijf der Romeinsche legers en het verkeer hunner kooplieden4 het volk beschaven, […]  
Uit: A.L. Van Rije en E.C. Houbolt, Odo, de Batavenknaap (1901), p. 157.

Notes:
1. hen beschaafd had: de Romeinen hadden de culturele ontwikkeling van de Batavieren bevorderd. In dit geval blijkt dat uit hun kledingstijl die zich heeft ontwikkeld.
2. afwatering: afvoer van overtollig water.
3. heirbanen: Romeinse wegen.
4. verkeer hunner kooplieden: het handelen van de kooplieden van de Romeinen.