Les 2 De ideale Bataafse staat

Van der Capellen had kunnen volstaan door enkel te beschrijven hoe de Batavieren hun samenleving organiseerden. Punt. Maar hij schrijft met een doel. Hij wil het volk van Nederland overtuigen van de misstanden in de (toenmalige) maatschappij. Daarom somt hij alle ellende op die de ‘dappere en vrije volken’ die ons land bewoonden door hun staatsinrichting voorkwamen. Lees: de ellende die hém, de schrijver, en dus ook ‘ons’, het volk van Nederland, de vrijheid ontneemt. De vrijheid, die de Batavieren wél bezaten. Zíj – in tegenstelling tot ‘wij’ – hadden leiders die niet door anderen waren aangesteld; ze oefenden hun functie uit voor het volk en niet alleen voor het geld. Ze hadden niet zoveel macht dat ze onschendbaar waren. Het waren geen leiders die zelfs niet uit hun ambt konden worden ontzet als ze hun land verraadden, of via vriendjespolitiek zoveel macht hadden gekregen dat ze soeverein konden regeren. Even verderop legt de schrijver precies uit wat hij daaronder verstaat: de baas spelen, alles alleen voor het zeggen hebben.

 

Opdracht 4

Op literatuurgeschiedenis.nl kun je een fragment vinden uit de Politieke Praatvaar van 1784. In dit fragment legt de patriottische Jaap in begrijpelijk Nederlands iets uit aan de onwetende Piet. Schrijf voor de Politieke Praatvaar een vergelijkbaar dialoog, waarin jij uitlegt waarom het Nederlandse volk van 1781 een voorbeeld zou moeten nemen aan de Batavieren.