Les 2 De ideale Bataafse staat

Macht van de media: op politiek gebied

We hebben nu gezien dat het Aan het volk van Nederland de oudste bewoners van ons land, met de Batavieren voorop, ten voorbeeld stelt: zij hadden een democratie zoals Van der Capellen die voor het toenmalige Nederlandse volk wenst. Het doet nog meer: het zet aan tot actie. Daarmee wordt het een wapen in de strijd voor een Nederlandse democratie, georganiseerd volgens oude Bataafse idealen. Dat doel van het blijkt goed uit het laatste gedeelte van de tekst. Daarin wordt eerst tegenstander negatief afgeschilderd en aangesproken, daarna wordt het volk aangespoord om op te staan tegen zijn onderdrukkers.

 

Het is inmiddels wel duidelijk wie ‘zij’ zijn. ‘Zij’ zijn de onderdrukkers, degenen die ons beletten vrij te zijn. Van der Capellen geeft een opsomming van allerlei wantoestanden en foute gedragingen van de en schildert hem af als despoot:

Hebt gij, o Willem, niet door ons hele land Uw spionnen, aanbrengers en verklikkers, die zich in alle gezelschappen weten in te dringen en ons van de genoegens van een gulle openhartige samenleving beroven? Zijt gij ‘t niet, die onze hele natie daardoor vreesachtig, achterhoudend en geveinsd gemaakt hebt en haar rondborstig1, eenvoudig en oud-Hollands karakter en bestaan hebt bedorven?

Dat deed – volgens de tekst – onder andere doordat hij het jachtrecht misbruikte, niet zorgde voor genoeg vroedvrouwen op het platteland, invloedrijke mensen ontsloeg, en doordat hij de vloot verwaarloosde:

Wij zijn alleen daardoor ongelukkig; onze koophandel staat alleen daardoor stil; onze werklieden lijden alleen daardoor honger en ellende omdat wij geen vloot hebben, en een VLOOT2 had gij ons moeten, en gij, gij Willem de Vijfde! gij alleen bijtijds kunnen bezorgen.

Hij deed dat willens en wetens en was daar dus zelf verantwoordelijk voor:

Verontschuldig U maar niet, Uw daden zijn te bekend en hun bedoeling is te duidelijk. Hij die in een land alles kan, alles mag, alles doet, en laat doen naar zijn eigen wil, naar zijn eigen genoegen en goeddunken3, is ook voor alles aansprakelijk, moet alles verantwoorden en kan de schuld nooit op anderen schuiven.

Toch zijn ook ‘zij’ Nederlanders en dus afstammelingen van de vrije Batavieren. Daarom alleen al zouden ook zij zich moeten spiegelen aan deze voorouders. ‘Zij’ zouden van de Batavieren moeten leren hoe ze anders zouden moeten regeren dan ze nu doen. Hoe ze de belangen zouden moeten behartigen van het héle volk. Omdat de schrijver dat nog niet vanzelf ziet gebeuren, roept hij de onderdrukten van het ‘Volk van Nederland’ op om zich te wapenen:

O, landgenoten! nog eens, wapent U allen tezamen, en draagt zorg voor de zaken van het hele land, dat is voor Uw eigen zaken. Het land behoort aan U allen met elkaar, en niet aan de Prins met zijn groten alleen.
[…] Er is geen tijd te verliezen. Wij staan op de rand van de ondergang. […] Alles wat er thans ondernomen wordt ter redding van ons waarlijk bijna onherstelbaar verloren vaderland is daarom vergeefs, indien gij, o Volk van Nederland nog langer werkeloze toeschouwers blijft. Doet dan dit!
 
Verzamelt U elk in Uw steden en ten plattelande in Uw dorpen. Komt vreedzaam bijeen, en kiest uit Uw midden4 een matig aantal goede, deugdzame, vrome mannen; kiest goede patriotten5, waarop gij vertrouwen kunt. Zendt dezen als Uw gecommitteerden6 naar die plaatsen, waar de Staten van Uw verschillende provincies vergaderen en beveelt hun, dat zij zodra mogelijk bij elkander komen om uit naam en op het gezag dezer natie7, met en naast de Staten van elke provincie een nauwkeurig onderzoek te doen naar de redenen van de verregaande traagheid en slapheid waarmee de bescherming van het land tegen een geduchte en vooral actieve vijand wordt behandeld. Beveelt hun verder, dat zij insgelijks met en naast de Staten der bijzondere provinciën een raad voor Zijne Hoogheid kiezen, en hoe eerder hoe liever al zulke middelen helpen beramen en in het werk stellen als tot redding van het benauwde vaderland dienstig zullen worden geoordeeld.
Laat Uw gecommitteerden U van tijd tot tijd door middel van de drukpers8 in het publiek en openlijk verslag doen van hun verrichtingen9. Zorg voor de vrijheid van drukpers10, want zij11 is de enige steun van Uw nationale vrijheid. Als men12 niet vrij tot zijn medeburgers kan spreken, en hen niet bijtijds kan waarschuwen, dan valt het de onderdrukkers van het volk al zeer gemakkelijk hun rol te spelen. Daarom is het dat zij wier gedrag geen onderzoek kan velen, altijd zo tegen de vrijheid van schrijven en drukken ageren13 en wel graag zouden zien dat er niets gedrukt of verkocht zou worden zonder toestemming.
 
Wapent U allen, verkiest zelf degenen die U bevelen14 moeten, en gaat (evenals het volk van Amerika15 waar geen druppel bloed gevloeid is, voordat de Engelsen hen eerst hebben aangevallen) in alles met kalmte en bescheidenheid te werk, en Jehova16, de God der Vrijheid, die de Israëlieten uit het diensthuis17 heeft geleid en hen tot een vrij volk gemaakt, zal onze goede zaak ongetwijfeld ook ondersteunen.
 
Ik ben,
Volk van Nederland!
Waarde medeburgers!
Uw getrouwe medeburger.
 
Ostende
den 3 september 1781.

Tekstvragen

Wat houdt een ‘werkeloze toeschouwer’ voor Van der Capellen in?

Wat bedoelt Van der Capellen met de ‘vrijheid van drukpers’?

Notes:
1. rondborstig: de auteur gebruikt deze term om het karakter van de Republiek aan te duiden. ‘Rondborstig’ staat voor openhartig, eerlijk en oprecht.
2. VLOOT: een vloot als ‘deel van het leger’.
3. naar zijn eigen goeddunken: zodat het hem aanstaat.
4. Uw midden: uw omgeving (familie, vrienden, buren etc.).
5. patriotten: zie de begrippenlijst en de terzijde ‘Patriotten’ in deze les.
6. gecommitteerden: bevelgevers, degene die leiding hebben en bevelen geven.
7. op het gezag dezer natie: op de macht van het land.
8. de drukpers: zie de begrippenlijst.
9. verrichtingen: daden.
10. vrijheid van drukpers: de mogelijkheid om in alle vrijheid gebruik te maken van de boekdrukkunst.
11. zij: de drukpers
12. men: de bevolking.
13. ageren: een ander woord voor ‘handelen’.
14. bevelen: kies zelf diegene die de leiding over u krijgt.
15. Amerikaanse revolutie: de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog (1775-1783) was de oorlog tussen Groot-Brittannië en de koloniën die later de Verenigde Staten zouden worden. Deze oorlog was een onderdeel van de Amerikaanse Revolutie en resulteerde in de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten.
16. Jehova: dit is de Hebreeuwse naam voor God.
17. de Israëlieten uit het diensthuis: in de Bijbel staat een diensthuis voor een huis van slavernij en onderdrukking. De Israëlieten zijn de Joden. Er staat hier: God leidde de Joden uit het huis van de onderdrukking.
Pamfletten, ook wel vlugschriften of vliegende bladen genoemd, bestonden sinds de uitvinding van de boekdrukkunst. Je kunt ze beschouwen als de voorloper van de krant. Door een pamflet was het mogelijk om snel en op grote schaal actuele berichten te verspreiden in beknopte vorm, dus goedkoop. Niet alleen actuele berichten konden worden doorgegeven. Al snel gebruikte men deze manier ook om propaganda te maken, discussies op gang te brengen, of onrecht aan te kaarten. (zie ook les 2: terzijde ‘Pamfletten’)
Pamfletten, ook wel vlugschriften of vliegende bladen genoemd, bestonden sinds de uitvinding van de boekdrukkunst. Je kunt ze beschouwen als de voorloper van de krant. Door een pamflet was het mogelijk om snel en op grote schaal actuele berichten te verspreiden in beknopte vorm, dus goedkoop. Niet alleen actuele berichten konden worden doorgegeven. Al snel gebruikte men deze manier ook om propaganda te maken, discussies op gang te brengen, of onrecht aan te kaarten. (zie ook les 2: terzijde ‘Pamfletten’)
Pamfletten, ook wel vlugschriften of vliegende bladen genoemd, bestonden sinds de uitvinding van de boekdrukkunst. Je kunt ze beschouwen als de voorloper van de krant. Door een pamflet was het mogelijk om snel en op grote schaal actuele berichten te verspreiden in beknopte vorm, dus goedkoop. Niet alleen actuele berichten konden worden doorgegeven. Al snel gebruikte men deze manier ook om propaganda te maken, discussies op gang te brengen, of onrecht aan te kaarten. (zie ook les 2: terzijde ‘Pamfletten’)
(1748-1806) Willem V was de zoon van Willem IV. Hij was stadhouder van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Hij wordt ook enkele malen aangesproken in het pamflet Aan het volk van Nederland. Joan Derk van der Capellen beschuldigt hem namelijk van onderdrukking, wantoestanden en foute gedragingen.
Plaatsvervanger van de koning die de heerschappij namens hem uitvoert. De stadhouder is een gemachtigde vorst. Later werd de stadhouder de bestuurder van één of meerdere Nederlandse gewesten.
(1748-1806) Willem V was de zoon van Willem IV. Hij was stadhouder van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Hij wordt ook enkele malen aangesproken in het pamflet Aan het volk van Nederland. Joan Derk van der Capellen beschuldigt hem namelijk van onderdrukking, wantoestanden en foute gedragingen.